opvultaal

eh

zeg maar

dan heb ik zoiets van

en net zelfde wat

en meer van dat soort zaken

drie keer niks

helemaal goed

helemaal mijn ding

laat ik het maar zo zeggen

super

dat gaat helemaalgoed komen

weet je wel

wat ik je brom

 

Niet verdriet

De niet machine doet het niet

tot groot verdriet

van Piet

die niet.

Telkens als Piet niet

is er een niet,

die scheef schiet.

Eén poot van de niet

gaat krom, subiet,

de ander niet,

de bandiet.

Zijn collega Chriet

interesseert het geen biet

En Riet,

die toeschiet,

ziet het probleem niet.

En Piet

wordt helemaal kierewiet.

En als je ziet

wie het meest geniet; Juist dat is de niet.

 

De onvrijwilliger

Hij plakt zakjes

En vlecht met takjes

Zet spaken in een wiel

En maakt wasknijpers de ziel

Want hij is onvrijwilliger

 

Hij zit ’s avonds alleen in zijn kamer

Tegen zijn zin kijkt hij naar de reclame

Mag twee keer per dag even luchten

‘t Ja hij heeft er heel wat te duchten

Want hij is onvrijwilliger

 

Soms krijgt hij wel bezoek van iemand

Maar dan alleen een knik, geen hand

Dan is het even niet knussen

Want er zit een glazen wand tussen

Want hij is onvrijwilliger

 

En ’s nachts denkt hij aan thuis

Die kraak van toen is zijn kruis

Oh had hij maar beter geluisterd, toen

Dan kon hij vrijwilligerswerk doen

Want hij is onvrijwilliger

 

Oorverdovende stilte

 

 

Serene stilte

Strak stond het koren

Geen zuchtje wind

Je kon de stilte horen

 

Hoe jammerlijk

Dat dit alles verdween,

Toen met een luide klap

De roos opeens verscheen.

Sikkels Klinken.

Sikkels klinken

Sikkels slaan

Ruisend valt het graan

Als je iemand weg ziet hinken

dan heeft ie het verkeerd gedaan.

De zeespiegel stijgt

In het begin

Voel je nattigheid

Niets aan de hand

Een kleinigheid

Tot op een moment

Komt het water omhoog

Lichte paniek

Je houdt het niet meer droog

Met knikkende knieën

Zeg je nog gevat

We moeten dit oplossen

Want mijn borst is al nat

Er is geen houden aan

Het water komt binnen glippen

Je wordt nu echt boos

Het water staat aan je lippen

Sterker nog

Het water loopt je in de mond Dit is niet normaal meer

Dit is erg ongezond

Ik vind dit echt geklier

Maar hopen op een wonder

Het water zit me tot hier

Straks ga ik kopje onder

Maar het beste van hopen

Met de moed van wanhoop erin

We zijn nu bijna verzopen

Echter, er is een nieuw begin

In Zeeland weten ze ervan

het is haast niet te geloven

Daar doen ze het al heel lang

Ik worstel en kom boven

 

Koolmees

Altijd druk

Altijd ijverig

Dat stukje vogelgeluk

 

Gek op vetbol

Gek op nootjes

Gek op zaadjes

Ook op broodjes

 

Door een gaatje

Van een kast

Bek vol voer

De kleintjes verrast

 

Uit het gaatje

Voor nieuw eten

Waar het ligt

Knap dat ze het weten.

 

Kinderen de deur uit

Eindelijk vrij

Te gaan

Te staan

Dat kunnen zij.

 

Bevrijd.

Daarin wordt

De koolmees het meest

Benijd.

 

De koolmees

Leeft er op los

Met zijn verstand

Heeft hij zijn leven

In de hand.

 

Wel grappig!

Een koolmees

Heeft geen hand

En ik

Heb geen koolmezenverstand.

Sneeuwvlokje

Gemaakt van waterdamp en vorst

Daarboven in de lucht

Gedreven door de wind

Neem jij je vlucht.

 

 

Naar benéé,

Al je broertjes en zusjes

Neem je mee.

 

 

Naar onbekende landen

Naar hoge bergen

Zelfs naar tropische stranden.

 

 

Naar diepe dalen

Naar drukke straten

Waar de mensen soms van balen.

 

 

Om even te schitteren

In een winterse zonnepracht

Voor het skivolk

Dat op je wacht.

 

 

En dan tenslotte op een dag

Ga je in warmte verloren......

Maar ik weet zeker

Dat je eens opnieuw wordt geboren.

Anders

Het is zo anders

Het is zo stil

De aarde slaapt nog

Toch is de ochtend niet meer pril.

 

De vogels zingen niet

Geen geluid van een trein

Kinderen spelen zachtjes buiten

Wat zou er aan de hand zijn.

 

Nieuwsgierig open ik het gordijn

Verheugd geef ik nog een geeuw

De wereld is anders vandaag

Er ligt sneeuw.

 

Aanmaning voor appeltaart

Wat appels en rozijnen

 

Misschien krenten Maar dan kleinen

Een beetje meel

Een beetje kaneel

Wat boter

Met veel room

Dat is waar ik van droom

Verwarmt in 200 graden

Het resultaat laat zich raden

Nou mijn kleine keukenprinses

Ik wens je veel succes

 

Het afspraakje.

 

Als het weer eens onweert, denk dan eens aan het volgend verhaal over een hoge drukgebied en een lage drukgebied. Ze zwierven samen over de wereld en bezochten vele landen en zeeën. Soms gingen ze ver uit elkaar en soms waren ze heel vlak bij elkaar, maar nooit verloren ze elkaar uit het oog. Het hoge drukgebied vond het heerlijk om bol van lucht te staan. Zo kon hij regeren over het weer in de verschillende landen. Hij was vrolijk van aard en zorgde nooit voor problemen, bij hem scheen altijd de zon. Het lage drukgebied was een beetje ingetogen en hield niet van zoveel lucht, eigenlijk was ze een beetje triest. Ook zij kon over het weer in verschillende landen regeren. Overal waar ze kwam moest ze huilen en als gevolg daarvan proestte ze veel. Het land waar ze boven hing ging dan gebukt onder zware regenbuien en hevige stormen. Hoe verder het hoge- en lagedrukgebied van elkaar verwijderd waren des ter meer scheen de zon bij het hoge drukgebied en was het bar slecht weer bij het lage drukgebied. Het hoge drukgebied hoorde van de triestheid van het lage drukgebied en hoe de landen geteisterd werden als ze weer zo’n bui had. Hij dacht: “Ik moet haar weer eens opzoeken en kijken wat ik voor haar kan doen”. Het is jammer van het prachtige weer boven dit landje, maar het moet zich maar even behelpen met wat minder zon. Toen het lage drukgebied hoorde van de komst van het hoge drukgebied werd ze op slag een beetje blij. Ze wist niet waar het aan lag, maar haar triestheid was opeens over, haar tranen droogden op en het was net alsof ze minder moest proesten. Een enkele diepe zucht slaakte ze nog. Het land waar ze net boven lag, haalde opgelucht adem. Eindelijk werd het daar eens droog. De modderpoelen konden weer opdrogen en zelfs een schraal zonnetje piepte tussen  de wolken door. Het hart van het lage drukgebied begon sneller te kloppen. Haar buik begon zo raar te kriebelen, net alsof er vlinders rondvlogen. “Hoe kan dat nou”, dacht ze, “dat kan toch helemaal niet, vlinders kunnen helemaal niet zo hoog vliegen”. Toch was ze anders dan anders en opeens wist ze het…….!!! Ze was verliefd….!!!!! Ze was verliefd op het hoge drukgebied, dat om haar gaf, dat bij haar kwam om te kijken hoe het met haar ging. Hij, bij wie de zon altijd schijnt, waar hij maar komt. Elk land is blij met zijn komst. Hij laat bomen groeien, planten bloeien, vogels zingen en koeien loeien. Oh, wat een kanjer was hij toch. “Kom”, dacht ze, “ik ga hem alvast een eindje tegemoet”. Het hoge drukgebied voelde zich ook wel wat opgetogen, dat hij het lage drukgebied ging bezoeken. Hij blaakte van zelfvertrouwen. Hij pompte nog meer lucht in zijn geweldig lichaam. Hij zag er zo indrukwekkend uit dat de wolken om hem heen zwart werden van angst Ze gingen voor hem op de vlucht. Het hoge drukgebied zag dat en vond dat wel een grappig gezicht. Hij pompte zich nog meer op, maar dat ging niet zonder gevolgen. De lucht in zijn buik werd onrustig en begon te rommelen. Eerst zachtjes, zodat je het haast niet kon horen, maar de rommels werden steeds luider en werden trommels. Het lage drukgebied  hoorde het gerommel ook uit de verte, maar kon het geluid eerst niet thuis brengen. Opeens zag ze in de verte de donkere wolken naderen die op de vlucht waren voor het donderende hoge drukgebied. Ze begon te glunderen van trots, haar kanjer kwam er aan. Ze glunderde zo, dat ze begon te blinken en ze opeens lichtte ze op van opwinding. Er flitste een straal licht uit haar op, helemaal naar de plaats waar het hoge drukgebied lag. De wolken die op de vlucht waren voor het hoge drukgebied hadden het niet meer en rolden van angst van de ene kant naar de andere Uit angst begonnen ze te plassen. En niet zo’n beetje ook. Het was alsof ze weken niet hadden geplast en het goot werkelijk met emmers naar beneden. Het hoge druk gebied kreeg het lage drukgebied nu ook in de gaten. Hij begon te zwaaien en schoot zijn lichtstralen uit zijn lichaam recht op het lage drukgebied af. Zo ging het een poos over en weer, totdat de beide druk gebieden elkaar in de armen vielen. De ontlading die hiermee gepaard ging was zo heftig, dat de hele lucht één vuurzee was. De lucht van het hoge drukgebied perste zich in één geweldige klap uit zijn lichaam. Ze waren zo blij dat ze elkaar zagen. Het was zo’n heftige ontmoeting dat het geflits en gerommel nog een hele tijd doorging. Toen ze wat waren bedaard, lagen ze uitgeput bij elkaar in de armen. Het land onder hen lag er drijfnat bij, verscheidene bomen waren geknakt door de teisteringen die ze hadden moeten doorstaan. “Hebben wij dat gedaan”, vroeg het lage drukgebied.“Ik ben bang van wel”, zei het hoge drukgebied. “Het gaat wel erg ver met onze verliefdheid”, zei het lage drukgebied, “dit gaat te ver”. “Maar ik heb ook zo naar je verlangd, ik kon me echt niet meer beheersen”. “Ja, ik ook”, zei het hoge drukgebied, “ik zat zo vol van bezorgdheid over jou dat ik helemaal heb opgeblazen”.“Gekkerd”, zei het lage drukgebied. “Eigenlijk moeten we een afspraak maken”, zei het hoge drukgebied. “Kijk, ik begin mijn zonnetje wel een beetje te missen en ik wil zo graag de landen van de zon laten genieten. Ik moet er echt weer vandoor hoor, anders word ik zo triest als een lage drukgebied”.  “Grapje…..!!” “Ha, ha”, lachte het lage drukgebied, “ bij mij gaat het net zo, als ik niet kan huilen, dan kan ik het land geen water geven. Dat vind ik heel erg”. Het lage drukgebied zei, “Ik heb eigenlijk wel een goed idee”. “Laten we een lat-relatie beginnen”. “Jij gaat je gang en laat de zon schijnen en ik ga mijn gang en laat het regenen en waaien”. “En als we elkaar weer willen zien dan  rommelen we even, dan weten we dat we elkaar weer willen zien. Is dat geen goed idee?”. “Dat is een geweldig idee”, zei het hoge drukgebied. “Doen we!“. Dus als jullie het in de verte horen rommelen, bedenk dan dat het hoge drukgebied en het lage drukgebied weer een afspraakje hebben. Sluit ramen en deuren en laat ze even hun gang gaan. Hun liefde zal kort maar hevig zijn. Daarna gaan ze elk hun weg en wordt het rustig. Als het blijft regenen en waaien, dan heb je pech. Het lage drukgebied is nog even blijven liggen. Schijnt de zon dan heb je geluk. Het hoge drukgebied is nog wat blijven liggen.  

 

   

 

   

 

 

 

Entiteit ik

Wie,

Wat,

Waar,

Hoe,

Was ik voor dezen.

Wat voor een verschijning,

Wat voor een wezen.

Wat was datgene

Dat zag zitten

Om mijn lichaam

bij mijn geboorte

te bezitten.

Wat is er in mij gekropen

Wie is er in mijn ziel geslopen

Wat vond het de moeite waard

Om onbezwaard

Als mij verder te gaan

In mijn aardse bestaan

Wie was ik

Toen ik niet was

Wie wordt ik

Als ik niet meer ben.

Schrijven

Schrijven, schrijven, schrijven,

Schrijven wat je binnen valt,

Schrijven wat je opvalt,

Schrijven wat je goed bevalt.

 

 

Laat je gevoel zijn werk maar doen

Denk niet na over fatsoen

Laat je pen maar gaan.

Ook al kunnen anderen het niet verstaan.

Wat je schrijft is altijd goed

Het schrijven stroomt als het bloed.

 

 

Het bloed komt overal

Je gedachten komen overal.

 

 

Dus schrijf zonder beperking

Je geest in volle werking.

Als je hieraan durft te beginnen

Dan wordt je vrij van binnen.

 

 

Weg bijelkaar

Waar ga je heen

Zo ver weg

Hier naast mij.

Waar ben je nou

Geen contact

Zo zij aan zij

Mag ik mee

Kijken naar jou reis

Ergens heen

Zonder mij.

Goed…

Ik zal berusten

Dwaal maar lekker.

Welterusten.

 

Dood

Wat gebeurt er als ik dood ga.

Kan ik dan niet meer voelen

Kan ik dan niet meer ruiken

Kan ik dan niet meer proeven

Kan ik dan niet meer horen

Kan ik dan niet meer zien.

Gaan mijn gedachten uit

Wordt er een knop omgedraaid

Zodat alles vervaagt

Maar wel kan ik zweven

Gewichtsloos zijn.

 

Mijn vrienden beweren

En zeggen onbevreesd

Ben in mij leven

Altijd al zweverig geweest

 

Het lichaam gezegd

Het lichaam gezegd

 

 

In je bolle kop

Verstopt in de hersenpan

Zit het meesterbrein

Met een te groot Ego

En een arme ziel.

Ondersteund door gefronste wenkbrauwen

Met daar onder twee kraaienpootjes met pretoogjes

Die krokodillentranen huilen

Al biggelend over de bolle wangen

Bijgestaan door twee flaporen en een snotneus.

Daaronder schuilt weer een loslippige pruilmond

Die de achterste van de tong voor de kiezen krijgt

En ook de lange tanden laat zien

Aan de spitse kin.

In de nathals

Zet de stem een gouden keel op

Wat een brok veroorzaakt

Dat door de strot wordt geduwd

Zwaar op de maag komt te liggen

Wat hem tenslotte nekt. 

Onder de sterke schouders

Steekt een brave borst

En een brede rug met ruggengraat

Die veel op zijn lever heeft

Waardoor het hart breekt

Hierdoor kruipt het bloed

Waar het niet kan gaan

Tot opluchting van

Twee stevige stoflongen

Voorbij gelopen door twee wandelende nieren

En een spastische darm

Die een knoop in je maag legt

Normaal vrienden door dik en dun

Bijgestaan door een volle blaas

Die zijn gal wil spugen

Maar eerst moet wachten op een actief lid

Dat maar blijft navelstaren

En uiteindelijk wordt geholpen door de sterke arm

Die het achter de ellebogen heeft

En alles uit de losse pols doet

Met een gat in de hand

Maar ook lange vingers

Die uit de hand willen lopen

Om op reis te gaan

Op de duim

Echter die wil juist bij de pinken blijven

Om de vingers er  achter te krijgen.

Opeens krijgt het lekker kontje

Het op de heupen

Dat komt door de zwalkende benen

En de knikkende knieën

Hierdoor gaan ze door de enkels

Zij hebben nu botje bij botje gelegd

Waardoor ze op veel te grote voet leven

Daarom wordt hun een voet dwars gezet

Echter hierdoor gaan de tenen krommen

Wat te lichtvoetig wordt opgevat.

 

 

Dit was je hele donder, je hachje of het vege lijf

Van je lurven tot de hurken

Wat je zo bij de kladden kunt grijpen.

Hebt u dat in de smiezen?

Je krijgt er kippenvel van

Tenzij je een olifantenhuid hebt.

 

 

Bent u er mee in uw nopjes?

Ik wel

Ik ben wel in mijn sas.

 

 

De tijd

De tijd

 

Hij had de tijd

Zijn wortels net vastgezet

Klaar om te groeien

Omhoog naar een prachtige kroon.

 

Wat een tijd

Om in volle glorie

Je te ontplooien

Tot een machtige boom.

 

En de tijd

Die begint te plukken

Aan je hele lijf

Als in een neerslachtige droom.

 

Waar blijft de tijd

Die gaat haperen

Je gaat kwellen

Dat maakt je waarachtig sloom.

 

Hoogste tijd

Om op te krassen

En plaats te maken

Voor nieuw leven in een jachtige stroom.

De tand des tijds

Verandert het leven

Laat groeien en sterven

Alles in zijn machtige toom.

Joop, de jolige Paashaas

Een Paasverhaaltje voor de kleintjes voor het slapen gaan.

Joop, de jolige Paashaas ,

Heel vroeger waren er alleen maar witte kippen. Dat was wel erg saai, maar de mensen wisten niet beter.

Zo had boer Bart een heleboel kippen, maar ja het waren allemaal witte kippen en ook nog een witte haan. Boer Bart was best wel trots op zijn kippen en het kon hem geen moer schelen dat ze allemaal wit waren. Als ze maar eieren legden.

Nu liep het tegen Pasen. En tegen Pasen gaan de kippen altijd broeden op hun eieren. Boer Bart vond dat prachtig, want nu kreeg hij er nog meer kippen bij en die gingen ook weer eieren leggen. Die eieren verkocht hij weer op de markt en daar verdiende hij veel geld mee. Ook met Pasen lopen er een heleboel Paashazen rond die chocolade eieren uitdelen. Bij boer Bart was een Paashaas en die heette Joop. Nu had Joop altijd heel veel plezier in zijn werk. Hij maakte veel grapjes en haalde zelfs kattenkwaad uit. Daarom noemden de mensen hem ook wel: “Joop, de jolige Paashaas”. Joop had weer een grapje bedacht, hij legde ’s nachts stiekem een chocolade ei onder een kip die zat te broeden. De kip merkte hier helemaal niets van omdat ze lekker lag te slapen. Maar… de twee bomen die vlakbij het kippenhok stonden hadden het wel gezien. Het was een beuk en een eik. Nu moet je weten dat bomen nooit slapen, ze houden altijd alles in de gaten. Deze keer letten ze weer goed op en zagen Joop het kippenhok insluipen en zagen dat hij een chocolade ei onder een kip had gestopt. Die moeten wij te grazen nemen zei de eik tegen de beuk. Dat is heel stout wat de Paashaas hier doet.Weet je wat, als hij hier straks voorbij komt dan geef ik hem een mep met mijn tak. Die zit toch al een beetje los. Dat is goed zei de beuk, mep hem maar deze kant op dan kan hij van mij ook een mep krijgen. Joop kwam weer naar buiten en liep onder de eik door en pats, daar kreeg hij een mep van de eik. Joop vloog een eind door de lucht en kwam bij de beuk terecht. Die gaf hem ook weer een mep richting de eik. Maar in plaats dat Joop heel hard Auww riep, zei hij joepie, dit gaat mooi!!! Oh ja, zei de eik, hier heb je nog een mep en daar van de beuk kreeg hij weer een mep. Joop had het grootste plezier en vloog van de ene boom naar de andere en weer terug. Hij lachte zo hard dat hij de bomen ook aan het lachen kreeg. Dat maakte een hoop lawaai waardoor de kippen wakker werden en die begonnen ook te kakelen. Er was echter één kip die wel heel hard kakelde en dat was precies de kip die een chocolade ei van de Joop de Paashaas had gekregen. Haar hele buik en kont waren bruin geworden. De chocola was onder haar warme buik gesmolten en nu was ze héél vies geworden. En héél kwaad. Ze kakelde en kakelde, maar opeens hoorde ze boven al dat gekakel een héél hoog piepje.De kip stopte met kakelen en luisterde nog eens. Daar hoorde ze het weer, een héél hoog piepje. Ze keek eens in haar nest. Tot haar grote verbazing zat er een piepklein kuikentje in haar nest. Geen gewoon kuikentje, maar een bruin kuikentje. Hoe kon dat nou. Haar eigen eieren waren nog allemaal heel. Die waren nog niet uitgekomen. Joop de jolige Paashaas lag slap van het lachen. Want hij alleen wist dat het kuikentje uit de chocolade ei was gekomen en natuurlijk ook de eik en de beuk wisten het.Een goede grap zei de eik. Ja, ja, een goede grap, zei de beuk. Ze lagen ook slap van het lachen. Als beloning mocht Joop elke nacht heen en weer geslingerd worden. 

Vanaf die dag, of liever gezegd vanaf die nacht, zijn er ook bruine kippen op de wereld. En die kippen leggen ook weer eieren, bruine eieren. Uit die eieren komen ook weer kuikentjes. Bruine kuikentjes natuurlijk.

Boer Bart begreep er ook niets van, maar hij was wel heel blij, want hij verkocht nu opeens een heleboel eieren. Iedereen wou bruine eieren hebben en alleen boer Bart verkocht bruine eieren.

Zo werd boer Bart een rijke boer. Hij was maar wat trots op zijn bruine kippetjes.

Als je nu met Pasen een bruin ei naast je bord hebt liggen, denk dan even aan “Joop, de jolige Paashaas”, die heel vroeger eens een chocolade ei onder een kip heeft gelegd.

 

Haastige Pasen

De Paashaas heeft haast,

maar zijn haast

is haast net zo groot

als Pa’s haast.

Maar als u denkt,

dat de Paashaas

zich verbaast

over Pa’s haast,

dan zit u er mooi naast.